Regionale taal en cultuur

In België wordt het Picardisch erkend als een 'endogene regionale taal'. Hoewel dit 'patois' of dialect tussen de 12e en 20e eeuw actief werd gebruikt, zijn er nu steeds minder moedertaalsprekers. Gelukkig wordt het in stand gehouden door een groot aantal liefhebbers. Naast de originele teksten vindt u steeds de vertaling. Onlangs lazen we bijvoorbeeld Kuifje, Martine, Le Petit Nicolas en Le Petit Prince in het Picardisch.

Het Frans in deze streek wordt gekruid door tal van Picardische uitdrukkingen. Lokale schrijvers en zangers, liefhebbers, taalkundigen, het Maison de la Culture de Tournai en verschillende verenigingen (Cabaret Wallon Tournaisien, Filles Celles Picardes, Relève Saint-Éloi, Bistrot patoisant Tournisien...) laten de taal al bijna een eeuw lang voortleven.

Ook via de 19e-eeuwse regionale literatuur en het volkstheater werd het Picardisch doorgegeven, denk bijvoorbeeld aan de poriginellevoorstellingen in het Jorio-theater. Sommige van deze traditionele staafmarionetten worden tentoongesteld in het MuFIm.  

Na uw bezoek

Naast het MuFIm vindt u het Musée des arts de la Marionnette, waar u verschillende voorbeelden van deze marionettentraditie aantreft.